inleiding in de pedagogiek H1
問題一覧
1
er zijn meerdere “disciplines” nodig om kinderen te begrijpen
2
gaat niet alleen om “wat is” maar om “wat hoort” en wat is wenselijk
3
kijken naar pedagogische situaties vanuit meerdere invalshoeken
4
gericht op de praktijk op het gebied van opvoeding
5
nadenken over waarden in het onderwijs en opvoeding en die vertalen naar de praktijk
6
gericht op cijfers en statistiek (kwantitatief)
7
gericht op de beleving emoties en gevoelens. (dagboeken en brieven) (kwalitatief)
8
kijken naar de invloed van de samenleving zoals wetgeving of cultuur
9
middeleeuwen
10
renaissance 1400-1650
11
empirisme
12
conclusies trekken na veelvuldige observaties. van specifiek naar algemeen
13
rationalisme
14
kennis komt voort uit denken en niet uit ervaring
15
geleerdheid, beschaafdheid, muzikaliteit en sportiviteit
16
verlichting 1650-1800
17
democratie en onderwijs voor iedereen
18
tijdens de verlichting in 1784
19
ten dienste van de samenleving als geheel handelen, onderwijzen en denken. met het oog op het algemeen. onderwijs niet alleen gericht op kennis maar ook socialisering, morele ontwikkeling en burgerschap.
20
jan nieuwenhuyzen
21
gevoelsleven, het ideaal van de verlichting is te gericht op kennis en niet op gevoel, emotie en intuïtie.
22
in de 19e eeuw ging de overheid van decentraal naar centraal in DenHaag. er kwamen nationale schoolwetten, en er werd centraal lesmateriaal verplicht. eenheid in het onderwijs en komst van de grondwet. ook meer aandacht voor kleuteronderwijs
23
vernieuwingsbeweging gekenmerkt door kindgerichtheid, en het kind centraal in het onderwijs.
24
kindgerichtheid, vertrouwen in de natuurlijke ontwikkeling, zelfwerkzaamheid bevorderen/ kin van nature actief, lesstof sluit aan op belevingswereld van het kind, individualiteit
25
provisie rechten, protectie rechten, participatie rechten
26
nadruk op de belevingswereld van het kind en interactie in opvoedingsrelatie. problemen begrijpen en op die manier dienstbaar zijn voor de opvoedingspraktijk
27
objectiviteit, meten is weten, oorzaak gevolg relaties in kaart brengen via inductie en deductie, aanleren van gewenst gedrag
28
focus op maatschappelijke ongelijkheid, autonomie en emancipatie. in welke maten moet pedagogiek bijdrage aan de samenleving.
29
kinderwetje van Van Houten, leerplicht invoering, kiesrecht voor vrouwen
30
freinet- onderwijs, montessori, dalton onderwijs, jena plan onderwijs, vrije school
問題一覧
1
er zijn meerdere “disciplines” nodig om kinderen te begrijpen
2
gaat niet alleen om “wat is” maar om “wat hoort” en wat is wenselijk
3
kijken naar pedagogische situaties vanuit meerdere invalshoeken
4
gericht op de praktijk op het gebied van opvoeding
5
nadenken over waarden in het onderwijs en opvoeding en die vertalen naar de praktijk
6
gericht op cijfers en statistiek (kwantitatief)
7
gericht op de beleving emoties en gevoelens. (dagboeken en brieven) (kwalitatief)
8
kijken naar de invloed van de samenleving zoals wetgeving of cultuur
9
middeleeuwen
10
renaissance 1400-1650
11
empirisme
12
conclusies trekken na veelvuldige observaties. van specifiek naar algemeen
13
rationalisme
14
kennis komt voort uit denken en niet uit ervaring
15
geleerdheid, beschaafdheid, muzikaliteit en sportiviteit
16
verlichting 1650-1800
17
democratie en onderwijs voor iedereen
18
tijdens de verlichting in 1784
19
ten dienste van de samenleving als geheel handelen, onderwijzen en denken. met het oog op het algemeen. onderwijs niet alleen gericht op kennis maar ook socialisering, morele ontwikkeling en burgerschap.
20
jan nieuwenhuyzen
21
gevoelsleven, het ideaal van de verlichting is te gericht op kennis en niet op gevoel, emotie en intuïtie.
22
in de 19e eeuw ging de overheid van decentraal naar centraal in DenHaag. er kwamen nationale schoolwetten, en er werd centraal lesmateriaal verplicht. eenheid in het onderwijs en komst van de grondwet. ook meer aandacht voor kleuteronderwijs
23
vernieuwingsbeweging gekenmerkt door kindgerichtheid, en het kind centraal in het onderwijs.
24
kindgerichtheid, vertrouwen in de natuurlijke ontwikkeling, zelfwerkzaamheid bevorderen/ kin van nature actief, lesstof sluit aan op belevingswereld van het kind, individualiteit
25
provisie rechten, protectie rechten, participatie rechten
26
nadruk op de belevingswereld van het kind en interactie in opvoedingsrelatie. problemen begrijpen en op die manier dienstbaar zijn voor de opvoedingspraktijk
27
objectiviteit, meten is weten, oorzaak gevolg relaties in kaart brengen via inductie en deductie, aanleren van gewenst gedrag
28
focus op maatschappelijke ongelijkheid, autonomie en emancipatie. in welke maten moet pedagogiek bijdrage aan de samenleving.
29
kinderwetje van Van Houten, leerplicht invoering, kiesrecht voor vrouwen
30
freinet- onderwijs, montessori, dalton onderwijs, jena plan onderwijs, vrije school